|
Â
 In groep 3 wordt gewerkt met de nieuwste methode van Veilig Leren Lezen. De methode bestaat uit 12 kernen, die in één schooljaar worden doorgewerkt.
Het materiaal van elke kern heeft zijn eigen specifieke kleur, zodat zowel de leerkracht als de leerling precies weten met welke kern er op dat moment gewerkt wordt.
Elke kern bevat materiaal, dat in twee groepen kan worden verdeeld:
-
Basismaterialen: deze bevatten de minimumleerstof, dat door de leerling dagelijks wordt doorgewerkt.
-
Differentiatiematerialen: deze bevatten extra oefenstof om de leerstof extra in te oefenen. Hier gaat de leerling mee aan de slag, zodra hij de basisstof heeft afgerond. Om ervoor te zorgen dat iedereen eraan toekomt met dit materiaal te werken, wordt het één keer per week als vak "taalspelletjes"gegeven.
Basismaterialen voor 12 kernen:
-
Elke kern start met het voorlezen van een ankerverhaal. Dat is een verhaal dat gedurende de gehele kern centraal staat. Bij het verhaal horen een reuzenleesboek met platen die betrekking hebben op het verhaal, prentenboeken of losse verhaalplaten.
-
Bij kern 1-6 horen bij elk aangeleerd woord wandplaten met de daarbij behorende structureerstroken. De wandplaten visualiseren het aangeleerde woord en de structureerstroken laten de structuur van een woord zien.
-
Bij elk nieuw woord hoort een specifieke letter die wordt aangeleerd. De aangeleerde letters (34 grafemen) worden aan de letterlijn gehangen.
-
In het klikklakboekje (kern 1-6) en later in het clusterboekje(idem klikklakboekje maar dan met letterclusters) worden de aangeleerde letters gehangen. Hiermee kunnen de leerlingen experimenteren met het maken van nieuwe woordjes. Voor de leerkracht is er zo'n boek in het groot: het klikklak-knieboek.
-
De instructiekalender bevat: zoekplaten, wisselrijtjes, uitleg van pictogrammen die in het werkboekje voorkomen, oefenmateriaal voor leesmoeilijkheden en leesstrategieën.
-
Elke leerling heeft een woorddoosje. Hierin zitten letters van kern 1 en 2, èn plaatjes gerelateerd aan een woord die je met deze letters zou kunnen maken.
-
Elke leerling heeft een werkboekje waarin oefeningen worden gemaakt.
-
De eerste zes kernen wordt er veel geoefend met de letters van de letterdoos. Hiermee worden letter- en woorddictees gegeven. Daarna krijgen de leerlingen een dicteeschrift om de woordjes en zinnetjes op te schrijven.
-
Leesboekje, waarin dagelijks het lezen wordt geoefend.
-
In Veilig en Vlot kunnen de leerlingen wisselrijtjes oefenen. Dit zijn rijtjes met woorden waarvan steeds één letter wisselt.
Differentiatiematerialen:
-
De spelletjestoren bevat verschillende soorten spelletjes die je individueel, in tweetallen, of in een groepje van 4 kunt spelen. Er zijn ook luisterspelletjes met de koptelefoon.
-
Knipoog is vergelijkbaar met Electro. Elke kern heeft vijf kaarten die uitgevoerd kunnen worden. De leerling kan zichzelf controleren: Bij een fout antwoord gaat het rode lampje branden, bij een goed antwoord het groene.
-
Het stempelboekje (kern 1 t/m 5) is een boekje met stempelopdrachten.
-
Bij het ringboekje hoort een stickervel en een stencil. De leerling plakt de stickers (met afbeeldingen) op het stencil en schrijft of stempelt de woordjes ernaast. Op de linkerpagina in het ringboekje kan gecontroleerd worden of het goed is gedaan.
-
De letter- en woordzetter zijn werkboekjes met extra oefeningen.
-
Bij elke kern hoort een computerprogramma, dat afgestemd is op het niveau van de leerling.
-
Feestneus is verdiepingsmateriaal voor de goede lezers.
-
Humpie dumpie bestaat uit zes delen. Elk deel bevat een boekje met opdrachten voor begrijpend lezen.
-
Speurneus is hier een vervolg op, echter wel op een hoger niveau.
Het planbord: Op het planbord aan de muur kunnen de leerlingen dagelijks zien welke basisstof ze moeten doorwerken en met welke differentiatiematerialen ze daarna aan de slag kunnen. In het gebruik van het planbord zit een opbouw: de eerste helft van het jaar zien de kinderen op grond van de groepskleur wat de vervolgopdracht is en in de tweede helft van het jaar moeten ze zelf een doordachte keuze maken uit het aanbod van het differentiatiemateriaal. Door middel van het planbord wordt zelfstandig werken bevorderd.
Niveaugroepen: De nieuwe methode van Veilig Leren Lezen werkt met niveaugroepen. Ster-groep : kinderen, die extra hulp nodig hebben. Maan-groep : de gemiddelde lezer. Raket-groep : kinderen die de lesstof snel oppikken en daardoor meer zelfstandig kunnen werken. Zon-groep : kinderen die al kunnen lezen en geheel zelfstandig werken.
De materialen zijn hierop afgestemd. Voor de kinderen, die aan het begin van het schooljaar minimaal AVI-1 niveau hebben, bestaat de zon-versie. Zij hebben een werk- en leesboekje, dat inhoudelijk op een hoger niveau ligt dan de maan-versie, waar de rest van de klas mee werkt. De stempelboekjes, de letter- en woordzetter, het ringboekje en het computerprogramma zijn afgestemd op de verschillende niveau's. Daarnaast zorgen Feestneus, Humpie Dumpie en Speurneus voor extra uitdaging en verdieping. |