Aardrijkskunde in groep 5

In groep 5 maken de kinderen kennis met het vak aardrijkskunde. In het begin van het schooljaar staat de leerstof in het teken van kaartvaardigheden.

De kinderen maken kennis met kaarten en plattegronden. Stapje voor stapje leren ze kaarten lezen en interpreteren:

  • dat een kaart een hulpmiddel is om de weg te vinden
  • dat er straten, wegen en dingen die niet verplaatsen, zoals gebouwen en parken, opstaan
  • dat alles van bovenaf plat en veel kleiner is afgebeeld dan in het echt
  • dat er kleuren en tekens zijn om sommige dingen aan te geven.

Het uitgangspunt van de lessen is in de eerste instantie hun directe leefomgeving zoals de straat, de wijk of de school. Ook worden er lessen besteed aan het op verschillende manieren kijken naar voorwerpen: van veraf of dichtbij, van boven, van opzij en van onderen.

Daarna gaan we een stapje verder en leren ze over wonen in een dorp of in een stad. Er worden verschillen én overeenkomsten duidelijk.

Vervolgens gaan de lessen over fabrieken en kantoren. Mensen hebben voedsel, kleding, meubels en een heleboel andere spullen nodig. De industrie zorgt voor de productie ervan en rondom die industrie en haar producten bestaat een grote dienstverleningssector. Beide sectoren komen uitgebreid aan bod, zo ook de consequenties van industriële productie voor het milieu en wat we daar zelf aan kunnen doen: afval scheiden en recyclen.

Dan krijgen de kinderen 'een kijkje in de keuken' van 'Nederland-waterland'. Water is nodig voor alles wat leeft: als drinkwater, vervoer van goederen etc. en water is natuurlijk een bron van recreatie.

Tenslotte wordt het landschap van Nederland onder de loep genomen. Nederland is een laag en vlak land met zelfs hele delen lager dan de zeespiegel. Alleen in het oosten en zuiden zijn er wat heuvels. Duinen beschermen ons tegen het zeewater en waar geen duinen zijn, wordt het achterland beschermd door dijken en dammen. Andere karakteristieke landschapselementen die aan bod komen, zijn de kommen en de uiterwaarden in het rivierengebied en de bossen en de heidegebieden in het oosten en zuiden van het land.

De diverse hoofdstukken worden afgesloten met een toets die de kinderen maken met hun boek erbij. Aan het einde van de les wordt de toets besproken. In groep 5 maken de kinderen kennis met (delen van) Nederland vanuit een logische context. Met het aanleren van topografie wordt gewacht tot in groep 6.