Zwammen

Twee keer in de week ziet het er in de middenbouwgroepen (groep 3/4/5) een beetje anders uit dan anders. Er staat geen juf of meester voor in de klas om iets uit te leggen. De kinderen zijn niet allemaal met dezelfde opdrachten bezig. Het is niet vreselijk stil in de groep en er liggen geen leerboeken op tafel. Op die momenten wordt er geZWAMd. Volgens vele kinderen het leukste vak in de week. Maar buiten het feit dat de kinderen er dol op zijn, heeft ZWAMmen een heleboel andere zinvolle kanten.

Het belangrijkste doel tijdens ZWAMmen is het individueel begeleiden van kinderen uit de groep. Als leerkracht weet je het best welke kinderen er op bepaalde gebieden extra hulp kunnen gebruiken. Tijdens ZWAMmen heeft de leerkracht tijd om deze hulp te geven. Zo wordt er gewerkt met extra materialen voor rekenen, (begrijpend) lezen, spelling en taal.

De kinderen die het tijdens het ZWAMmen geen extra hulp krijgen, kiezen een onderdeel van het ZWAM-bord. Er zijn vier tot zes verschillende rubrieken zoals; taal, computeren, techniek, creatief, lezen, enz. De kinderen weten precies wat er bij welk onderdeel van hen verwacht wordt. Alle kinderen werken zelfstandig. Ze mogen de leerkracht niet storen. In de klas en op de gang is het zo stil mogelijk. Wanneer kinderen samen werken fluisteren ze met elkaar. Door middel van het ZWAMmen leren de kinderen zelfstandig te werken en verantwoordelijkheid te dragen voor hun eigen werk.

Daarnaast leren de kinderen tijdens het zwammen om samen te werken en zelf of met elkaar problemen op te lossen. Doordat de kinderen zelf hun onderdeel kiezen, werken ze aan opdrachten die hen aanspreken. Ook werken zij op hun eigen tempo en op hun eigen niveau. Dit alles bevordert een brede ontwikkeling en een brede kennis.

In de Wet Primair Onderwijs wordt ervan uitgegaan dat scholen veel meer dan vroeger het geval was, "onderwijs op maat" geven. Bij het ZWAMmen wordt er op een hele goede manier aangesloten op deze onderwijsbehoefte van het individuele kind.