herfst – kerst

 

Rekenen blok 3 & 4

Optellen en aftrekken tot en met 100

Vermenigvuldigen: de tafel van 2, 3, 5 &10

Geld: rekenen met munten en biljetten

Tijd: hele uren en halve uren (analoog en digitaal), kalender

Meten: spiegelen, blokkenbouwsels

 

Spelling Thema 3 & 4

Woorden met ng/nk

Woorden met eer,oor,eur

Woorden met ei,ij

Woorden met aai,ooi,oei

Woorden die beginnen met be-, ge-, ver-

Woorden met eind -d

 

Taalverkennen Thema 3 & 4

Klinkers en medeklinkers

Bijvoeglijk naamwoord

Samenstellingen 

Basisstructuur van een zin: zelfstandig naamwoord en werkwoord

Klankgroepen

Pictogram 

Het wie- of wat-deel bij een werkwoord

 

Woordenschat Thema 3 & 4

Themawoorden die te maken hebben met het thema ‘mijn school’

Themawoorden die te maken hebben met het thema ‘kalender’

 

Spreken en luisteren Thema 3 & 4

Beschrijven 

De weg uitleggen

Persoonlijk verhaal vertellen

Boekverslag geven

 

 

 

Schrijven Thema 3 & 4

Beschrijven in alinea’s

Het schrijven van een recept

De weg uitleggen

Persoonlijk verhaal

Uitnodiging

 

 

Technisch Lezen 

Uitbreiding van leesmoeilijkheden AVI-niveau M4

Lezen met leestekens

Lezen van woordgroepen

Vloeiend en op tempo lezen van zinnen en teksten

Lezen van samengestelde zinnen

Lezen met emotie

Lezen met intonatie

Doorlezen op de volgende regel

Lezen van citaten

 

 

Begrijpend Lezen blok 2 & 3

Details/ weetjes herkennen (wie, wat, waar en wanneer)

Illustraties gebruiken

Een lijstje opstellen 

Volgorde in een tekst herkennen

Tijdens het lezen denken aan de leesvraag

De hoofdpersoon herkennen 

De hoofdgedachte vinden

 

2013-11-19 10.15.42.jpg